‘Leave your ego at the door’, ‘the ego is your biggest opponent’ en ‘the mat doesn’t lie’. Het zijn allemaal bekende uitspraken die je vast weleens gehoord hebt als je een tijdje onderdeel bent van de jiu-jitsu wereld. Deze uitspraken zeggen dat je ego iets is wat je in Braziliaans Jiu-Jitsu zo veel mogelijk aan de kant moet zetten. En toch is het precies dit ego dat ervoor zorgt dat veel BJJ’ers onnodig langzaam vooruitgaan.

Het ego kan je namelijk nogal in de weg zitten bij je ontwikkeling en je vooruitgang saboteren. Het is een factor die centraal staat in je leerproces en hoe beter je dit leert herkennen en ermee omgaat, hoe sneller je vooruit gaat.

Wat is ego in BJJ?

Eerst bepalen we wat we precies bedoelen met ‘ego’. Het is een term waar je veel aan op kunt hangen, maar voor nu bedoelen we vooral het stemmetje in jezelf dat naar boven komt op het moment dat iets oncomfortabel wordt. Wanneer dingen niet gaan zoals je eigenlijk zou willen. Wanneer je verliest of dreigt te verliezen.

Dat zijn momenten waarop het ego de kop opsteekt. We zijn dan geneigd om een verhaal te bedenken waarmee we ons ongemak uit de weg gaan of de oorzaak van een ongewenst resultaat buiten onszelf neerleggen. Daar gaat het ego goed op – dan hoef je namelijk niet te veranderen. Lekker makkelijk en veilig.

Dit is een beschermingsmechanisme dat iedereen tot op zekere hoogte heeft. In hoeverre je dit hebt, is niet per se belangrijk. Wat belangrijk is, is dat je het herkent. Hoe meer je dit mechanisme over het hoofd ziet en hoe meer je jezelf laat leiden door je ego, des te meer jij jezelf saboteert in je leerproces.

Het ego wil je veilig en comfortabel houden. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je nodig hebt om te groeien in BJJ. Groei zit niet in situaties vermijden die oncomfortabel zijn. Groei zit niet in altijd (willen) winnen. Groei zit niet in alleen de technieken doen waar je goed in bent. Het zit in het opzoeken van ongemak, in het proberen van de techniek die je nog niet beheerst, in het sparren met mensen die beter zijn dan jij, en in het ontsnappen uit moeilijke posities.

12 manieren waarop je ego je saboteert

Het ego is sluw en je zult het niet altijd herkennen. Soms zit het verpakt in schijnbaar goede bedoelingen of logische redenen, waardoor we zonder dat we het weten in een valkuil stappen.

Hieronder nemen we je mee in een aantal van deze valkuilen. Herken jij ze?

1. Rondes willen winnen

Dit is de meest klassieke valkuil. Je vermijdt moeilijke posities, gebruikt alleen je beste technieken of ‘stallt’ wanneer je niet kunt winnen. Hierdoor stop je met experimenteren, blijf je in je comfort zone, met als gevolg dat je weinig vooruitgang boekt.

Tip: bekijk een sparringsronde als experiment. Probeer eens iets nieuws en reflecteer daarna. Wat ging goed of minder goed? Wat kun je volgende keer beter doen? Een sparringsronde is een moment om data te verzamelen. Niet om altijd je trainingspartners te willen verslaan.

2. Mensen vermijden die beter dan je zijn

Deze valkuil ligt in het verlengde van de vorige. Het is verleidelijk om alleen te sparren met mensen van wie je kunt winnen of die je op zijn minst aankunt. Het probleem is dat je hiermee vooruitgang misloopt. Iemand die beter is, drukt je namelijk met je neus op de feiten. Diegene laat je zien waar je zwakheden liggen en waar je aan moet werken. Dat is data!

Tip: zoek regelmatig mensen op die beter dan je zijn. Let goed op. Wat doen ze waardoor ze je te slim af zijn? Hoe kun je daar de volgende keer beter op voorbereid zijn? Deze vragen kun je jezelf stellen, maar je kunt ze ook stellen aan je trainingspartner.

3. Rang vergelijken

Stel, je hebt een blauwe band. Je trainingspartner heeft een witte band. Je vertelt jezelf dat je daarom absoluut niet mag verliezen. Je zit nu weer in valkuil nummer 1. Laat het idee van die banden los. Er zijn veel meer factoren naast de kleur van je band die bepalen of jij iemand verslaat of andersom.

Tip: focus op jouw progressie. Niet op waar je denkt te moeten staan op basis van de hiërarchie. Probeer beter te zijn dan wie je gisteren was. Dat is alles.

4. Weigeren om (op tijd) af te kloppen

Sommigen weigeren om op tijd af te kloppen omdat ze niet willen verliezen. Hiermee schiet de kans op blessures omhoog en wordt het moeilijk om consistent te blijven trainen en te ontwikkelen. Wat ook wel voorkomt is dat mensen na het afkloppen gefrustreerd of zelfs emotioneel raken.

Tip: bekijk afkloppen niet als verliezen, maar als leren. Het is feedback. Als iemand je afklopt betekent dit dat je een ontwikkelpunt hebt gevonden. Wederom data! Wat ga je volgende keer anders doen?

5. Alleen je A-game spelen

Je gebruikt alleen de technieken waar je goed in bent, omdat die nu eenmaal voor je werken. Zo ontwikkel je een beperkt aantal vaardigheden met veel blinde vlekken in je spel.

Tip: zoek eens wat vaker een moeilijke positie op. Probeer iets nieuws. Ook (of juist) als dit betekent dat je vaker verliest.

6. Coachen in plaats van trainen

Tijdens het rollen ben je anderen vaak aan het adviseren en leg je steeds technieken uit. Soms vanuit de beste bedoelingen, maar wellicht ook vanuit de behoefte om je superieur te voelen of om niet te hoeven verliezen. Bevraag jezelf hier eens kritisch op.

Tip: elkaar helpen is positief, maar onthoud dat je op de eerste plek een student bent, niet de coach. Door als student overmatig te coachen, ontneem je jezelf de mogelijkheden om te groeien.

7. Altijd hard willen sparren

Je gaat iedere ronde 100% en denkt dat je na elke sessie uitgeput naar huis moet. Hoewel er niets mis mee is om af en toe intensief te sparren, wordt het een probleem als dit de enige versnelling is die je gebruikt. De kans op blessures schiet omhoog, je brandt jezelf op en onder deze intensiteit is het moeilijk om nieuwe dingen te leren.

Tip: zie intensiteit als een vaardigheid die je af en toe strategisch op zoekt, niet als je standaard trainingsmodus. Nieuwe vaardigheden laten zich het beste ontwikkelen onder een lichte tot gematigde intensiteit, niet wanneer je het gevoel hebt op leven of dood te moeten vechten.

8. Selectieve intensiteit

Je gaat vol gas tegen de mensen die je kunt verslaan, maar vraagt de mensen die beter dan jou zijn om rustig aan te doen omdat je wilt ‘flowen’. Het is geen probleem om eens wat harder te gaan tegen een minder gevorderde trainingspartner. Het is ook geen probleem om eens wat rustiger aan te doen. Wanneer het problematisch wordt, is als je de intensiteit aanpast zodat dit jou het minste ongemak oplevert.

Tip: schaal de intensiteit zo dat het je de meeste leermomenten en ontwikkeling oplevert. Niet om je ego te beschermen.

9. Externe factoren de schuld geven

Nog een trucje wat het ego uithaalt: de verantwoordelijkheid verleggen. Wanneer je verliest is het makkelijk om dingen te zeggen als ‘ja, maar hij is sterker’, ‘de mat was glad’ of ‘zij had geluk’. Hiermee geef je externe factoren de schuld van waarom je hebt verloren. Soms zijn die redenen terecht, maar meestal zijn het smoesjes waarmee we ons ego beschermen.

Tip: wat de omstandigheden ook zijn, wat er ook is gebeurd, betrek het altijd op je eigen handelen. Bedenk wat jij de volgende keer anders kunt doen. Dat is het enige waar je invloed op hebt.

10. Geen vragen stellen

Je stelt geen vragen omdat je bang bent om dom of onervaren over te komen. Je ego kiest er liever voor om stil te zijn dan zich kwetsbaar op te stellen. Zonde!

Tip: als je voelt dat je een vraag niet durft te stellen, probeer het dan toch. Een goede coach zal je nooit afrekenen op een vraag. Bovendien zijn er vaak andere mensen die je dankbaar zijn dat je de vraag stelt, omdat ze ‘m zelf niet durfden te stellen. Durf ook vragen te stellen aan je ervaren teamgenoot. Mensen vinden het vaak fijn om iets te delen of over zichzelf te praten.

11. Competitie vermijden

Niet deelnemen aan competities is helemaal ok. Je kunt simpelweg de behoefte daar niet voor hebben. Het wordt een probleem op het moment dat je eigenlijk wel competities zou willen draaien, maar het niet doet omdat je bang bent te verliezen.

Tip: bekijk competities als de snelweg naar progressie. Er zijn weinig manieren die je zo snel en confronterend feedback geven als competitie. Wil je snel goed worden? Kies voor competitie.

12. Denken dat je alles weet

Er zullen momenten zijn dat alles ineens op zijn plek lijkt te vallen. Dat je ineens denkt het spelletje te begrijpen, de code hebt gekraakt en dat je bent ‘gearriveerd’. Dat is een valkuil. Met die instelling blijf je precies waar je bent. Totdat iemand je zwakke punten weer ontmaskert.

Tip: realiseer je dat je in BJJ nooit klaar bent. Je gaat er nooit komen (sorry!). Er is altijd een nieuwe horizon, iets wat je nog niet weet of beheerst. Met die mindset blijf je jezelf ontwikkelen. Het moment dat je denkt alles te snappen of dat je genoeg weet, is het moment dat je progressie stopt.

Het grote plaatje

De mensen die het snelst vooruit gaan zijn niet de meest getalenteerde of atletische personen op de mat. Het zijn de mensen die zichzelf los kunnen koppelen van hun ego en ieder resultaat zien als feedback in plaats van een kans om hun ego te voeden of te beschermen.

Uiteindelijk komen alle genoemde valkuilen neer op één onderliggend patroon:

Het beschermen van een identiteit, in plaats van het verbeteren van de realiteit.

Zodra je doel verschuift van beter worden naar niet willen verliezen, of naar het maken van een goede indruk, begin je jezelf in de weg te zitten. Vaak subtiel en onbewust maar altijd ten koste van je progressie.

Echte groei is alleen mogelijk als je de realiteit accepteert en kiest voor eigenaarschap. Dat betekent dat je verantwoordelijkheid neemt voor je gedrag, keuzes en de uitkomsten daarvan. Juist op de momenten dat het oncomfortabel wordt. Juist wanneer je verliest. Dat is confronterend, maar het leidt altijd tot de meeste groei.

De vraag is niet óf je ego opspeelt, want dat doet het bij iedereen. De vraag is: kies je ervoor om het te volgen, of neem je eigenaarschap over je ontwikkeling?

Ego of eigenaarschap. Waar kies jij voor?